ERFGOED IN DE KIJKER: Fiertelommegang in Ronse

Hoogdagen in Ronse, want de Fiertelommegang vond weer plaats! Tijd voor een gesprek met de organisatie en met de dragers (letterlijk en figuurlijk) van het Fiertel-schrijn. Aan tafel Wim Vandevelde, de voorzitter van de vzw “Maatschappij der dragers van Sint-Hermes”, en Danny en Dave Decock – vader en zoon –, die al jarenlang fiere Fierteldrager zijn.

INTERVIEW:

De Fiertel haalde dit jaar de nationale pers. Geheel terecht, want het is een erfgoedtraditie die reeds meer dan 1150 jaar leeft. Wim, kan jij het ontstaan schetsen?

Wim: Het is inderdaad een eeuwenoude traditie. De Fiertelommegang in Ronse draagt de relikwieën rond van Sint-Hermes. Maar het verhaal gaat langer terug in de tijd. Al in de Romeinse tijd ontstond een Christelijke cultus rond martelaarschap, en zo werd Sint-Hermes aanbeden in de catacomben in Rome. Hermes was mogelijk een prefect, onthoofd toen Keizer Trajanus regeerde over de stad Rome. Hij wordt ook nog steeds zo afgebeeld. Andere bronnen spreken van een vrijgekochte Griekse slaaf die zich bekeerde tot het Christendom. De catacombe van Sint-Hermes werd een bedevaartsoord. Om ze te beschermen werden de relieken van Sint-Hermes echter uit Rome weggehaald, en via meerdere haltes bereikten ze Ronse anno 860. Zo werd Ronse een nieuw bedevaartsoord, waar tienduizenden mensen heen trokken om zich te laten belezen tegen geestesziekten. Na een bewogen geschiedenis (in oorlogstijden werd het schrijn gesmolten voor wapens, de relieken moesten verborgen worden voor de geuzen …) bracht Jan Hauchenis in 1583 de relieken, die intussen in Bergen beland waren, terug naar Ronse in een nieuw, onversierd houten schrijn. Dat was de start van de huidige ommegang. Sindsdien heeft het schrijn Ronse niet meer verlaten.

Omdat de inwoners van Ronse niet op bedevaart konden gaan (ze waren immers al in de stad!), creëerden ze een ommegang – een tocht van 32,6 km rond Ronse – om zo hun eigen bedevaart te beleven. Vandaag gaat de Fiertelommegang nog steeds jaarlijks rond op de eerste zondag na Pinksteren.

Sfeerbeelden van de Fiertel, meerdere jaren. Klik op de foto's voor details.

De traditie is zo sterk dat in Ronse en omstreken ‘fiertelen’ zelfs een werkwoord is. Wat drijft de meer dan 8000 wandelaars die op 12 juni weer de tocht rond Ronse stapten?

Wim: De verbondenheid! De Fiertel leeft echt bij Ronsenaars. Het is geëvolueerd van een puur religieus naar religieus-folkloristisch gegeven. Het Fierteldragen is een oude traditie, die vroeger vooral van vader op zoon doorgegeven werd, maar het overstijgt dat: het is een beleving van vele Ronsenaars samen, en intussen komen ook veel deelnemers van ver daarbuiten. En dat in een fantastische omgeving: als je over de heuvelruggen wandelt, val je van de ene verwondering in de andere. Niet iedereen stapt de hele tocht, en niet iedereen stapt nabij het schrijn. Iedereen beleeft de Fiertel op zijn manier, en dat is ook het mooie eraan. Sommigen gaan het schrijn uren vooraf, om in alle rust de Fiertel te wandelen. Een heel andere beleving is stappen op de cadans van de bellen; dan moet je een stevig tempo aanhouden! Weer anderen wandelen maar een stukje, of staan langs het parcours omdat ze niet goed te been zijn maar toch verbonden willen blijven. Maar hoe je de Fiertel ook beleeft of stapt, het is alsof in gans Ronse de deuren openstaan voor iedereen, welke ideologie je ook meedraagt. Ronsenaars krijgen de Fiertel met de paplepel mee, maar ook mensen van buitenaf genieten van de sterke groepsbeleving van een traditie die meer dan 1000 jaar oud is. En ik merk dat ook zij de traditie aan hun kinderen doorgeven!

Een heel typisch en mooi beeld zijn de dragers die het schrijn de hele tocht torsen over de heuvelruggen rond Ronse. Vertel eens iets meer over dat schrijn.

Wim: Ronsenaars spreken nooit over het “schrijn”, maar over het “keerie”.  Volgens sommigen komt dit woord van het Engelse “to carry” (dragen).  Maar een meer ”gedragen” uitleg is dat “keerie” ook de pit van een kers, perzik, kriek … is in het Ronsies.  En omdat het schrijn de “kern” van de traditie is, noemen we het “keerie”. 

Het schrijn is gemaakt in 1588 – meer dan 400 jaar oud dus! – en is sindsdien een vaste waarde op de ommegang. Het is 82 kg zwaar, en versierd met rood fluwelen borduurwerk met gouddraad. Vandaag hebben wij natuurlijk aandacht voor de historische culturele waarde van dit erfgoed, en wordt het ook met de nodige zorg behandeld. Maar vroeger had het schrijn vooral een devoot karakter: mensen hadden er ook enorm veel respect voor, maar op een heel andere manier. Zo mocht je het schrijn kussen, of een gouddraadje losmaken om als relikwie mee te nemen en te bewaren. Ik ken mensen die zo’n draadje thuis hebben, ooit losgemaakt door hun grootouders. Zoiets kan je je vandaag uiteraard niet meer voorstellen!

Schrijn St Hermes.png

Het Sint-Hermesschrijn (foto met dank aan Eric Devos)

R(F-reeks8)00022.jpg

Devotie voor het Sint-Hermesschrijn, circa 1950. 

MUSEUM_NEG_F_21_007.tif

Peperkoek voor de Heren van Watripont, anno 1947

Naast het dragen van het schrijn, wat typeert de Fierteltraditie nog?

Wim: Op de tocht van 32,6 km houdt de ommegang op vele plaatsen halt: voor een gebed bij de kapellen, om het schrijn in de kerk van Rozenaken te plaatsen, om de vlucht voor de geuzen te herdenken in Louise-Marie … Ook wordt elk jaar door de burgemeester een grote versierde peperkoek – van bakkerij Patrick – overhandigd aan de nazaten van de Heren van Watripont. Zij beheerden vroeger de gronden rond Ronse, en peperkoek was toen een waardevolle delicatesse omdat de nodige specerijen niet alledaags waren in onze contreien.

Wat ook opvalt, is de sacrale stilte als wij met het schrijn mensen inhalen. Het maakt indruk hoor, op iedereen!

 

 

Is er in de Corona-jaren op een andere manier gefierteld?

Wim: Ja, we wouden de traditie zeker niet doorbreken. We hebben met een klein schrijn en in heel kleine groepjes de route gewandeld en op de belangrijke locaties de rituelen uitgevoerd met de bellemannen erbij. Zo kon de beleving voor de dragers toch doorgaan. De bedoeling was om dit discreet te doen, maar hoewel het plan is uitgelekt, zijn we wel blij dat het is kunnen doorgaan. We hebben eruit geleerd, en in ons reglement een noodprocedure uitgewerkt voor dergelijke onvoorziene omstandigheden. Weet je, gedurende WOII is de Fiertel ook doorgegaan. De Duitsers hadden het verboden, maar “in den duik” is het kleine schrijn toch rondgegaan!

289100333_2058460727657595_8385775696298047771_n.jpg

De peperkoek van 2022

Wat moet je doen om schrijndrager te worden?

Wim: Vroeger was dat meestal van vader op zoon. Maar om de waarden van de traditie sterk te houden is het belangrijker dat kandidaten die waarden koesteren en het respect voor de traditie hoog in het vaandel dragen. Daarom zijn er ook regels opgesteld: je moet minstens 7 jaar in Ronse wonen, en 2 jaar als stagiair in de Fiertel meelopen. Zo kunnen we snel het kaf van het koren scheiden: wie doet het omwille van de waarde van de traditie en wie, helaas, om zijn eigen waarde op te vijzelen. De instapleeftijd is tussen 18 en 38 jaar, en je blijft verbonden met de Fierteldragers zolang je gezondheid dat toelaat. Als je ouder wordt, dan stap je kleinere stukken. Er zijn vier groepen met 6 tot 8 dragers, op basis van schouderhoogte, want het zware schrijn moet immers in evenwicht gedragen worden. De wissels tussen de groepen gebeuren op vaste locaties.

RF-reeks600008.jpg

Zicht op Fiertelommegang doorheen het landschap van de Vlaamse Ardennen.

Nog meer dan om de traditie zelf gaat erfgoed om de mensen achter de traditie. Mensen die gepassioneerd uitkijken naar de Fiertel. Vertel eens, Danny en Dave, jullie zijn fiere Ronsenaars uit een familie die al meerdere generaties meeloopt. Hoe is het begonnen?

Dave: Net als bij velen is Fierteldragen bij ons een verhaal van vader op zoon. Als je als kind de Fiertel jaarlijks beleeft, dat is zo intens, dat zorgt voor zo’n sterke verbondenheid, dat je vaak later als drager intreedt. Als kind speelden mijn broer Danick en ik zelfs “Fiertelke” thuis, al stappend en bellend in de tuin!

 

Danny: En zo zijn mijn beide zonen Dave en Danick Fierteldrager geworden, en wie weet komen de kleinzonen daar vroeg of laat ook bij. De tijd moet er rijp voor zijn, en je moet het echt willen, want Fierteldrager, dat word je voor het leven.  Ikzelf ben gestart in 1981 en heb reeds 42 Fiertels meegewandeld en gedragen. Ik ben er ingerold via mijn schoonvader toen ik in Ronse kwam wonen met mijn vrouw. Mijn schoonvader was Fierteldrager sinds 1957; toen mijn oudste zoon in 1998 voor het eerst mee stapte, was dat tevens het laatste jaar dat zijn grootvader er nog bij was. Dat is iets waardevols dat je koestert voor de rest van je leven. Mijn zoon heeft dan trouwens de ”vaste plek” ingenomen van pepe, en loopt nog steeds links vooraan van het schrijn. Het geeft een verbondenheid met je verleden. Hij is gestart op 16 jaar (dat mag tegenwoordig zelfs niet meer) en is nu al aan zijn 25ste editie toe! Mijn andere zoon wachtte langer om mee te stappen, en dat is ook goed. Het is niet aan mij om hem te overtuigen, hij moet zelf overtuigd zijn om het te doen. Maar nu is dat wel schoon: wij met z’n drie tijdens die dagen dicht bij elkaar, een knuffel of een traan nooit ver weg, zeker op het einde van de Fiertel. Maar ook onze vrouwen zijn Fierteldrager in hart en nieren, en stappen mee voor het schrijn.

 

Dave: Op de Zandstraat, naar het einde toe, pink ik vaak een traantje weg van fierheid, en kijk ik eens naar boven … Ik zei het nog tegen mijn papa: er zijn er vast en zeker een paar fier, daarboven! Als ik stap en draag, zijn er steeds momenten dat ik familie herdenk. Dat ik voel. Het zorgt voor verbondenheid met je voorouders. Vooral wanneer je het schrijn draagt, ontstaan momenten van bezinnen, van nadenken, van herdenken van mensen … en bidden ook, voor jezelf en voor anderen.

Een paar dagen voor de Fiertel wordt het schrijn uit de nis gehaald, dat is ook al een hele gebeurtenis. Mijn kinderen waren daar bij: zo kruipt dat in het bloed! Het is een eer om dat te mogen meemaken.

Danny Decock, met zijn zonen Dave (links) en Danick (rechts), en hun pepe A Lepez

Is de Fiertel veel veranderd doorheen de jaren?

Wim: We kiezen ervoor om steeds professioneler te werk te gaan. Er is een vzw opgericht en een reglement, en we hebben gekandideerd om erkend te worden door Unesco.

We blijven ook aandacht schenken aan authenticiteit. Een voorbeeld? Vroeger escorteerden de scouts het schrijn als Ridders van de Fiertel, maar die traditie was verdwenen. We hebben ze vanonder het stof gehaald en sinds een paar jaar flankeerde de scouts opnieuw de Fierteldragers. De scouts waren heel enthousiast, zelfs jonge kinderen stapten mee.

 

Danny: Het Fiertel-comité zoekt ook naar de oorspronkelijke routes, dat is heel belangrijk. Zo zijn er af en toe aanpassingen, en laten we de grote wegen links liggen om langs een kleiner baantje te gaan waar de route vroeger liep.

 

Dave: Vroeger waren schoenmakers en leerlappers vaak de Fierteldragers. Stel je voor: bijna 33 km, in die tijd, dan kwamen degelijke schoenen goed van pas! De kostuumjas die men vroeger vaak droeg, is vervangen door het typische gele hemd.

 

Danny: In mijn begintijd droeg ik mijn bottines uit het leger, daar hadden we in de pas leren lopen!

R(F-reeks8)00045.jpg
RF-reeks800035.jpg
R(F-reeks5)00002.jpg

Scouts flankeren het schrijn tijdens de ommegang, goed schoeisel voor 32,6 km, allen in de pas dankzij de belleman.

R(F-reeks4)00002.jpg

Lopen jullie dan allemaal gelijk? In de pas, zoals je zegt?

Danny: Ja zeker, de belleman zorgt daarvoor, en dat is heel belangrijk. Die geeft de cadans, loopt de hele weg voor het schrijn, en naarmate de steilheid of aard van de baan, zal hij de snelheid van zijn pas een beetje aanpassen en dat ”seint” hij met zijn bellen door naar de dragers. Het is belangrijk dat iedereen in dezelfde pas loopt, dan blijft het gewicht netjes verdeeld over de vier schouders, en schokt het minder. Sommige dragers kijken zelfs niet op, die zijn verzonken in de synchrone beweging en luisteren louter naar de belleman. Dat is net een motor die je naar boven trekt!

 

Dave: Op de Karnemelkweg, een heel steil stuk, wordt de cadans wat vertraagd. Wanneer je dan boven aankomt krijg je applaus van het publiek, dat je voortdurend aanmoedigt. Dat drijft je, je houdt vol, gesterkt door de bellen, de sfeer, de dragers, de verbondenheid. Een echt kippenvelmoment!

 

Danny: En de ommegang zit vol kleine rituelen. Zo doen we halverwege samen verse sokken aan (lacht).

Belleman Arthur Vanopbroecke. Ca. 1950

32,6 km met 82 kg schrijn en allen in de pas: dat lijkt niet evident! Gaat daar voorbereiding aan vooraf?

Dave: Sinds enige tijd is er een oefenschrijn, dat uitgeprobeerd wordt op Heynsdale. Ook is er een oefenwandeling naar de Kapel Van Kerselare, toch ook al 20 km. Verder is er geen groepstraining, maar je probeert wel je conditie klaar te stomen tegen juni. Ik probeer daar toch wat aan te werken, bijvoorbeeld door wat vaker de kindjes op mijn rug te dragen. Maar weet je, er zijn 2 tachtigers die nog meelopen en zelfs het schrijn dragen: Romain is 85 jaar, en Willy is 81 jaar. Dat vind ik echt knap!

 

Danny: Fiertelstress, het bestaat echt! Als het bijna zover is, en de ommegang nadert, steken ook de zenuwen de kop op. De dag voor de Fiertel slaap ik amper!

 

Dave: En de Fiertel gaat door, weer of geen weer. Zelfs in onweer en regen, er wordt gewandeld. De temperatuur is best niet te hoog, want dat is afzien!  Maar Sint-Hermes behoedt ons voor slecht weer, zo zeggen ze in Ronse. Soms zag je in de verte de donkere wolken en regenbuien, maar wij hielden het droog. Pas bij het binnengaan van de stad, kregen we een buitje over ons hoofd.

-Wim, wat is jouw mooiste herinnering aan de Fiertel?

 

Wim: Moeilijk kiezen, maar telkens weer bijzonder is het moment dat je de stad weer binnenkomt. Eens voorbij Villa Madonna, wanneer je het centrum van Ronse ziet vanop de Kruisberg en een mensenzee je opwacht, dan overvalt je een heel intens gevoel, vol emotie, en bij alle dragers. Dat moment koester ik. Maar ook aan de allereerste keer dat ik de Fiertel helemaal stapte als kind hou ik mooie herinneringen over.

 

En tot slot, wat is je wens voor de toekomst? Hoe zie je de Fiertel evolueren?

Wim: Dat de traditie in al zijn verbondenheid mag blijven bestaan, ook al veranderen tijd en geest. Dat de beleving mag blijven voortduren, en opgewaardeerd mag worden. Zoals de spreuk in ons wapenschild zegt: “Zolang we gedragen zijn, zullen we dragen.”

MUSEUM_NEG_F_01_006.tif

Fiertelstoet en Stad Ronse op de achtergrond.